Zitting van 26 januari 2026
Openbare zitting
Openbare zitting
5. Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Kapellen en Lantis in het kader van de uitvoering van het Routeplan 2030. Goedgekeurd.
Feiten en motivering
Vlaanderen is opgedeeld in vijftien vervoerregio’s waarvoor een regionaal mobiliteitsplan werd opgemaakt. Gemeente Kapellen behoort tot de Vervoerregio Antwerpen. Het Routeplan 2030, het regionaal mobiliteitsplan, legt de visie en ambities van de Vervoerregio Antwerpen vast met een tijdshorizon 2030 – 2050.
Het Routeplan 2030 is het multimodaal mobiliteitsplan voor de Vervoerregio Antwerpen en vormt het ontwikkelingskader voor de verdere uitwerking van programma’s en projecten op regionaal en lokaal niveau. De focus ligt op het realiseren van een bereikbare en leefbare regio en op een structurele verhoging van het gebruik van duurzame mobiliteitsmiddelen tegen 2030.
De Vlaamse Regering stelt de zogenaamde 50/50-ambitie voorop: het aandeel duurzame (combi-)verplaatsingen verhogen tot minstens 50%, en het autogebruik terugbrengen tot onder de 50%. Het Routeplan 2030 bevat de maatregelen die noodzakelijk zijn om deze modal shift doelstelling te realiseren. Naast personenvervoer worden, waar relevant, ook logistieke thema’s geïntegreerd.
De doelstellingen van het Routeplan 2030 kunnen enkel worden gerealiseerd door een nauwe samenwerking tussen alle betrokken beleidsniveaus en partners. Hoewel een aantal ambities reeds werd toegewezen aan specifieke uitvoerende partners (zoals De Lijn, NMBS, AWV en Lantis), ligt een belangrijk deel van de concrete uitwerking, met name inzake de versterking van de zachte netwerken en de mental shift, bij de lokale besturen.
Om de lokale besturen hierbij te ondersteunen, richtte de Vervoerregioraad, op vraag van de lokale besturen, een regionaal servicecenter op. Dit servicecenter biedt ondersteuning via een uitgebreid aanbod van producten, diensten, expertise en advies op maat. Lantis neemt hierin, samen met het Departement MOW, een faciliterende rol op.
De mobiliteitsondersteuning via het regionaal servicecenter omvat onder meer:
● Mobiliteitsondersteuning en infrastructuur (fietsinfrastructuur, P&R’s, OV-projecten, Hoppinpunten, inrichting openbaar domein);
● Deelmobiliteit (regionaal deelfietsensysteem, autodelen, erkenningskaders, monitoring);
● Mental shift/ gedragsverandering (bereikbaarheidsaanpak, themasessies, lerend netwerk);
● Impactmanagement en minder hinder (coördinatie van werven, Dashboard Wegenwerken);
Met het oog op een duidelijke afstemming van de wederzijdse engagementen en afspraken wensen de lokale besturen binnen de Vervoerregio Antwerpen met Lantis een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten (zie bijlage). Deze overeenkomst formaliseert de samenwerking in het kader van de gezamenlijke uitvoering van het Routeplan 2030.
Juridisch kader
● Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
● Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
● Het decreet op de basisbereikbaarheid van 26 april 2019.
● Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020 over de regionale mobiliteitsplannen met integratie van de milieueffectrapportage.
● Het gemeenteraadsbesluit van 15 januari 2024 over het Regionaal mobiliteitsplan en ontwerp-plan MER.
Financiële gevolgen
De samenwerkingsovereenkomst kadert in beleidsdoelstelling 3 - 'Kapellen investeert in duurzaam patrimonium, kwalitatieve openbare ruimte en veilige mobiliteit', onder actieplan 9 - 'Verkeersveilige en vlot toegankelijke gemeente'.
Er worden momenteel nog geen concrete financiële engagementen aan de gemeente gevraagd.
De financiële gevolgen zullen later per project aan het college van burgemeester en schepenen worden voorgelegd.
Besluit
STEMMING :
Eenparig aangenomen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de hierna volgende samenwerkingsovereenkomst goed.
Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Kapellen en Lantis in het kader van de uitvoering van het Routeplan 2030.
Tussen
Gemeente Kapellen, hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Danny Van Tiggelen, algemeen directeur, en mevrouw An Stokmans, burgemeester.
hierna genoemd de ‘gemeente/stad’
En
BEHEERSMAATSCHAPPIJ ANTWERPEN MOBIEL naamloze vennootschap van publiek recht, handelend onder de benaming Lantis, met maatschappelijke zetel te 2000 Antwerpen, Sint-Pietersvliet 7, ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen onder nummer 0860.139.085, hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Bart Van Camp, Directeur Omgeving, en door de heer XXX, hoedanigheid,
hierna genoemd ‘Lantis’
Hierna gezamenlijk de ‘Partijen’ genoemd en ieder afzonderlijk de ‘Partij’;
Met kennisgeving aan
Departement Mobiliteit en Openbare Werken, vertegenwoordigd door de Secretaris-Generaal.
WORDT VOORAFGAANDELIJK UITEENGEZET ALS VOLGT:
Samenwerking in de opmaak van het regionaal mobiliteitsplan “Routeplan 2030”
● Het Decreet Basisbereikbaarheid legt het kader vast voor het Vlaams, regionaal en lokaal mobiliteitsbeleid. Dit decreet voorziet in de oprichting van Vervoerregio’s die instaan voor de opmaak en opvolging van een regionaal mobiliteitsplan. Het werken met vervoerregio’s laat toe om aan een regionaal, gebiedsgericht en systemisch mobiliteitsbeleid te werken, en geeft lokale besturen een stem in dit mobiliteitsbeleid.
● Binnen dit kader is de Vervoerregio Antwerpen – onder impuls van het Toekomstverbond voor een bereikbare en leefbare Antwerpse regio[1] – opgestart in 2017. De Vervoerregioraad is de cockpit voor het mobiliteitsbeleid in de vervoerregio. Vanuit deze Vervoerregioraad werd samen met de stakeholders het regionaal mobiliteitsplan voor de Vervoerregio Antwerpen opgesteld: het Routeplan 2030.
De Vervoerregio Antwerpen wilt nu en in de toekomst een welvarende, kansrijke, gezonde, slimme en veelzijdige regio zijn. Het Routeplan 2030 legt de strategie neer om deze doelstellingen te bereiken, met maatregelen die de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio garanderen. De gebruiker staat centraal in deze mobiliteitsvisie, die passende keuzes biedt aan gebruikers om zich te verplaatsen, zodat die gebruikers kunnen blijven wonen, werken, recreëren, leren… in de regio.
Om tot een mobiliteitstransitie te komen is een aanpak op verschillende fronten noodzakelijk: een beter multimodaal mobiliteitssysteem, ondersteund door een sterker en coherent ruimtelijk beleid én door (flankerende) maatregelen die het gedrag beïnvloeden; een aanpak op regionaal niveau ondersteund door maatregelen op lokaal niveau. Op het niveau van de Vervoerregio komen al deze lijnen samen.
Doorrekeningen bewijzen dat het Routeplan 2030 een antwoord biedt voor het bewaren en bewaken van de leefbaarheid in heel de regio. Het Routeplan 2030 tekent de toekomst van de mobiliteit in de vervoerregio uit en bevat concrete acties voor lokale en bovenlokale overheden om die toekomstvisie te realiseren.
● Het ontwerp Routeplan 2030 werd goedgekeurd in 2020. Het integrale Routeplan 2030 (inclusief milieueffectenrapport) trad op 10 juni 2024 in werking, na publicatie in het Belgisch Staatsblad en goedkeuring door de lokale besturen, de Vervoerregioraad en de Vlaams minister voor Mobiliteit.
● De regionale mobiliteitsplannen zijn bindend voor het Vlaamse Gewest, de diensten en agentschappen die eronder ressorteren, de provincies en gemeenten, en de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut, aldus het Decreet Basisbereikbaarheid (art. 13, §1).
Samenwerking in de uitvoering van het Routeplan 2030
● Het Routeplan 2030 weerspiegelt een gedeelde ambitie van alle spelers in de Vervoerregio Antwerpen en kan enkel door een intensieve samenwerking worden gerealiseerd. Hoewel verschillende grote initiatieven al op Vlaams niveau lopen, is het van belang dat alle beleidsniveaus bijdragen aan de uitvoering van de maatregelen, inclusief de lokale besturen die het Routeplan mee hebben ondertekend.
De realisatie van een aantal ambities in het Routeplan is reeds duidelijk toegewezen aan specifieke partijen. Zo nemen bijvoorbeeld De Lijn en de NMBS de realisatie van het A-net openbaar vervoer voor hun rekening, neemt AWV een belangrijke rol op zich voor het wegen- en fietswegennet en streeft Lantis naar een verbeterde doorstroming op hoofdwegen. Daarnaast moeten nog een aantal ambities worden toegewezen aan een eigenaar.
● De uitdagingen waar de Vervoerregio Antwerpen voor staat zijn groot: de Oosterweelwerken, talrijke onderhoudswerkzaamheden aan weg- en OV infrastructuur, stijgende verplaatsingsbehoeften van een toenemende bevolking, … Dit alles speelt zich af in een uitgestrekte regio met sterk wisselende bevolkingsdichtheden en kenmerken. Deze uitdagingen en complexiteit vragen om een goede samenwerking om tot snelle realisatie over te gaan.
● In oktober 2022 kreeg Lantis, wiens werkingsgebied zich richt op de Antwerpse regio, van de Vlaamse Regering de opdracht om de coördinatie op te nemen voor een uitvoeringsprogramma voor het Routeplan 2030. Dit uitvoeringsprogramma legt de prioriteiten en opdrachten vast om de komende jaren stappen te zetten in de realisatie van de mobiliteitsstrategie:
● Lokale besturen hebben een cruciale rol in de regionale uitvoering van het Routeplan, vooral met betrekking tot de 3e en 4e opdracht. Tegelijkertijd zijn er aanzienlijke kansen. Twee derde van de ritten in de Vervoerregio Antwerpen heeft vandaag herkomst en bestemming in de Vervoerregio zelf, waarbij een groot deel van de verplaatsingen zelfs binnen de eigen (deel)gemeente blijft. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat een groot aandeel van niet-duurzame verplaatsingen binnen de Vervoerregio zich situeert in meer landelijke delen van de regio. Dit wijst op een reeks laagdrempelige kansen, waarbij inzetten op lokale verplaatsingen de modal shift in de gehele vervoerregio ten goede komt. Er ligt dan ook veel potentieel door in te zetten op de verduurzaming van deze interne verplaatsingen via een mental shift-aanpak op maat van inwoners van lokale gemeenschappen.
● De verantwoordelijkheid voor deze (interne) verplaatsingen wordt gelegd bij lokale besturen. Via ondersteuning en samenwerking kan echter een grotere impact en vlottere realisatie worden bereikt. Om deze ondersteuning en samenwerking te concretiseren, werd binnen de schoot van de Vervoerregioraad een regionaal servicecenter voor lokale besturen gelanceerd. Op vraag van de lokale besturen vertegenwoordigd in de Vervoerregioraad neemt Lantis hierin een faciliterende rol op, samen met het departement MOW.
De nood aan een gerichte ondersteuning van lokale besturen bij de uitvoering van Routeplan 2030 wordt opgevangen door het aanbod van diensten en producten van het regionaal servicecenter. Bovendien biedt het regionaal servicecenter de mogelijkheid om maximaal in te zetten op schaalvergroting en samenwerking over gemeentegrenzen heen. Lantis werkt voor deze mobiliteitsondersteuning in de regionale uitvoering van het Routeplan nauw samen met het departement MOW en de Vervoerregioraad Antwerpen.
● De realisatie van het regionaal elektrisch deelfietsensysteem was het eerste concrete product dat vanuit de vervoerregio in het najaar van 2022 werd gelanceerd en uitgerold in de hele regio.
● De Vervoerregioraad dd. 28 juni 2023, 27 september 2023, 12 maart 2024 en 16 april 2024 (Routeplan Café), het ambtelijk overleg en de lokale besturen (via bilaterale gesprekken Lantis/team Vervoerregio & lokaal bestuur) hebben dit regionaal servicecenter verder vormgegeven.
Het resultaat van dit proces wordt vertaald in voorliggende samenwerkingsovereenkomst.
WORDT OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:
Deze samenwerkingsovereenkomst heeft als voorwerp om tussen Partijen afspraken te maken over de realisatie van de engagementen uit het Routeplan 2030, waarvoor Partijen verantwoordelijk zijn. Concreet worden afspraken gemaakt over de werking van de ondersteuning via een regionaal servicecenter en de wederzijdse opdrachten en verbintenissen hierin.
Hiermee verbinden Partijen zich om samen de regionale uitvoering van het Routeplan 2030 te realiseren en dit engagement verder te concretiseren om zo samen die bereikbare, leefbare en welvarende regio te realiseren.
Definitie regionaal servicecenter
Het regionaal servicecenterbiedt via concrete diensten en producten mobiliteitsondersteuning aan de gemeente/stad aan die deel uitmaakt van Vervoerregio Antwerpen en vult op deze manier een concrete nood van de gemeente/stad in. Dit door ofwel de gemeente/stad te ondersteunen en te faciliteren om tot uitvoering over te gaan ofwel door op regionale schaal een initiatief te nemen. Het Routeplan 2030 dient hierbij als kompas. Het regionaal servicecenter werd opgericht binnen de schoot van de Vervoerregioraad. Lantis staat in voor de uitbouw van dit servicecenter en haar diensten en producten, samen met het departement MOW (bv. als aanbestedende overheid, aanspreekpunt, organisator, adviseur…).
Uitvoeren en samenwerken
De overkoepelende ambitie van het regionaal servicecenter is de realisatie van het Routeplan 2030, ten dienste van alle betrokken lokale besturen, met in eerste instantie de realisatie van het uitvoeringsprogramma en de doorvertaling ervan naar regionale en lokale maatregelen. Om deze ambitie te kunnen realiseren is samenwerken over bestuurlijke niveaus en organisatiegrenzen heen cruciaal (zie ook Antwerps Werkplatform). De realisatie van het uitvoeringsprogramma kan bovendien enkel bereikt worden wanneer ook de stad/gemeente zelf projecten opneemt. Het regionaal servicecenter biedt hierbij ondersteuning.
Antwerps Werkplatform
Binnen de Antwerpse regio is vanuit het Toekomstverbond een governance-structuur vooropgesteld, met een ambtelijke samenwerking in het zogenaamde Antwerps Werkplatform. Dit platform fungeert als samenwerkingsmodel tussen ambtelijke entiteiten, waarmee gebiedsgericht de uitdagingen binnen de Antwerpse regio worden aangepakt. Het doel is om een gezamenlijk programma en portfolio te managen, gericht op de uitvoering van het Routeplan 2030 en de verschillende werven in dat kader.
Meerwaarde voor lokale besturen
Dankzij de schaalvergroting biedt de vervoerregiowerking en het regionaal servicecenter voor lokale besturen op verschillende niveaus een antwoord. De diensten en producten van het regionaal servicecenter bieden een meerwaarde aan alle lokale besturen in de Vervoerregio en vangen de nood aan extra mobiliteitscapaciteit op. Daarnaast fungeert dergelijke organisatie als één aanspreekpunt, wat de efficiëntie verhoogt en tijd bespaart. De schaalvergroting en de regiobrede aanpak binnen het Antwerps Werkplatform creëren ook een meerwaarde op het vlak van regionale communicatie, waarbij alle partners die een rol opnemen in de realisatie van de model shift gezamenlijk kunnen en zullen communiceren. Dit vertaalt zich in kant- en-klare communicatiepakketten die aan lokale besturen worden aangereikt. De schaalvergroting biedt ook de mogelijkheid om de lokale mobiliteitsnoden te vervatten in een regiobreed advies dat aan de betrokken instanties kan worden voorgelegd.
Lokale besturen in de Vervoerregio Antwerpen geven aan over onvoldoende capaciteit en/of kennis te beschikken om de gedeelde ambities van het Routeplan 2030 te realiseren. Met het regionaal servicecenter wordt binnen de schoot van Lantis een antwoord op deze hulpvraag geboden. Deze regionale aanpak omvat verschillende producten en diensten die op grotere schaal uitgerold worden teneinde de Antwerpse mobiliteitstransitie te realiseren.
De mobiliteitsondersteuning die Lantis via het regionaal servicecenter faciliteert voor de realisatie van het Routeplan 2030, vertrekt vanuit een vraaggestuurd aanbod gebaseerd op de noden en behoeften van de lokale besturen. Dit programma kan evolueren en/of uitbreiden in functie van behoeften, nieuwe marktinzichten, beleidswijzigingen en/of technische evoluties. De Vervoerregioraad en het ambtelijk overleg dienen hierbij als klankbord om de inhoud af te toetsen.
Het aanbod van producten en diensten van het regionaal servicecenter is niet limitatief en kan in de loop van de tijd evolueren en uitbreiden. Ook kunnen producten en diensten verder en dieper uitgewerkt worden waardoor het nodig is om - naast deze samenwerkingsovereenkomst - specifieke (deel)overeenkomsten af te sluiten. Bij vragen voor nieuwe producten en/of diensten zal de afweging gemaakt worden in hoeverre deze kaderen binnen het Routeplan 2030, een regionale meerwaarde hebben en afgestemd worden binnen de vervoerregiowerking.
Infrastructurele maatregelen worden – afhankelijk van de bevoegdheid en wegbeheerder – uitgevoerd door hetzij Vlaamse entiteiten hetzij lokale besturen. Lantis staat in voor de uitvoering van infrastructuurprojecten (zoals fietsprojecten, P&R’s, andere knooppunten en OV-projecten) in functie van de minder hinder voor de Oosterweelverbinding, of zoals toegewezen door de Vlaamse overheid (via het Geïntegreerd Investeringsprogramma) voor projecten binnen het Routeplan 2030.
In het geval van gezamenlijke of samengevoegde werken met lokale besturen, of wanneer werken plaatsvinden op het terrein van een lokaal bestuur, wordt steeds een aparte samenwerkingsovereenkomst tussen Partijen afgesloten. In deze samenwerkingsovereenkomsten worden afspraken gemaakt over de financiële verdeelsleutel, aanbestedingswijze, beheer, communicatie en dergelijke.
Lantis neemt een coördinerende rol op voor minder hinder en (projectoverschrijdend) impactmanagement in de regio, zoals bepaald in de beleidsnota MOW. Vanuit deze coördinatie van het impactmanagement wordt op bovenlokale schaal aan werfcoördinatie gewerkt, met als resultaat een geïntegreerde planning en fasering van werven.
Om steden en gemeenten een goed overzicht te geven van alle projecten uit het Routeplan 2030, hun status, alsook de wegenwerken met impact op het verkeer in de Antwerpse vervoerregio, ontwikkelde de Vervoerregio een Dashboard Wegenwerken. Dit dashboard ondersteunt de verschillende wegbeheerders, waaronder de gemeenten, om de wegenwerken in de regio op elkaar af te stemmen, zodat de hinder voor de weggebruiker zoveel mogelijk wordt beperkt. De gemeente/stad (als wegbeheerder) engageert zich ertoe om informatie te verstrekken met betrekking tot wegenwerken met bovenlokale impact teneinde het Dashboard Wegenwerken actueel te houden en samen tot een optimale planning en fasering te kunnen komen.
De Vervoerregio ondersteunt de gemeente/stad bij het initiëren van de juiste initiatieven en de uitvoering van projecten. Daarnaast wordt de kennis en/of capaciteit vergroot zodat de gemeente/stad zelf aan de slag kan gaan. Dit kan onder andere door het aanleveren van informatie en data, mobiliteitsplannen, verkeersveiligheidsmaatregelen, fietsbeleid, of de inrichting van bijvoorbeeld fietsstraten en schoolomgevingen.
De gemeente/stad krijgt de nodige tools en ondersteuning om sneller zelf tot uitvoering te kunnen overgaan. Dankzij de mobiliteitsbegeleiding werkt Lantis samen met steden en gemeenten om de Vlaamse en regionale mobiliteitsambities te vertalen naar het lokale niveau.
Vanuit de vervoerregiowerking en het regionaal servicecenter worden lokale besturen begeleid in het lokaal en regionaal mobiliteitsbeleid. Naast de vastgelegde taken die het departement MOW uitoefent (bv. advies projecten en lokale mobiliteitsplannen), kan de Vervoerregio via het regionaal servicecenter de gemeente/stad ook bijkomend ondersteunen en adviseren op vraag.
Op vlak van data en inzicht in verplaatsingsgedrag, wordt er ondersteuning geboden: de Vervoerregio Antwerpen gebruikt Floating Car Data (FCD) om verkeersstromen in beeld te brengen in de regio, om op die manier wegsegmenten te identificeren die al dan niet gebruikt worden volgens de besliste wegencategorisering. De Vervoerregio Antwerpen brengt de stromen op de interlokale en regionale wegen in beeld en deelt deze informatie met alle lokale besturen in de regio. Knelpunten die aan de basis kunnen liggen van deze verstoorde stromen worden ook zoveel mogelijk in beeld gebracht door reistijden op geïdentificeerde segmenten te berekenen door middel van FCD. De gemeente/stad kan vragen aan de Vervoerregio Antwerpen om ook andere, meer lokale, stromen in beeld te brengen om zo eventueel te reageren op vragen vanuit het eigen bestuur of van eigen bewoners.
Conform de geldende regelgeving staat de wegbeheerder in voor de realisatie van de mobiliteitsknooppunten of Hoppinpunten. De gemeente/stad staat in voor de realisatie van mobiliteitsknooppunten langs gemeentewegen op haar grondgebied.
Voor de Vervoerregio Antwerpen ondersteunt het regionaal servicecenter (via Lantis) de gemeente/stad bij de uitwerking en realisatie van deze Hoppinpunten.
Voor de ontwerpfase voorziet het regionaal servicecenter (via Lantis) reeds in ondersteuning voor opmaak van de Unieke Verantwoordingsnota (UVN) tot en met voorontwerp, naargelang de prioritering van de knooppunten (zie Projectfiche Hoppinpunten/Mobiliteitsknooppunten).
Van de gemeente/stad wordt verwacht aan de slag te gaan met de uitrol en realisatie van deze Hoppinpunten, waarvoor hij wegbeheerder is. Indien de gemeente/stad beroep doet op de ondersteuning van het regionaal servicecenter voor de opmaak van het voorontwerp en/of UVN, wordt volgende overeengekomen met de gemeente/stad:
● De gemeente/stad levert de nodige informatie aan aan Lantis;
● De gemeente/stad stemt met Lantis en het aangestelde studiebureau af over de gewenste scope, planning, inrichting en dergelijke;
● De gemeente/stad verbindt zich ertoe om deze Hopppinpunten uit te voeren en hiervoor financiering te voorzien binnen het meerjarenplan.[2]
● De gemeente/stad zal de werken die gepaard gaan met de realisatie van het Hoppinpunt, aanvatten binnen de 2 jaar na goedkeuring van de UVN of het definitief ontwerp.
Door middel van het aanbieden van relevante data, informatie en/of studiecapaciteit ondersteunt de Vervoerregio lokale besturen bij de opmaak en uitvoering van lokale mobiliteitsplannen en de inrichting van het openbaar domein, waaronder parkeren, fietsinfrastructuur, fietsroutes, wayfinding, laadinfrastructuur, enz. De gemeente/stad blijft verantwoordelijk voor de uitvoering en financiering van haar eigen projecten.
De Vervoerregio biedt inzicht in de mogelijkheden voor slimme en verkeersveilige vrachtroutes om de verkeersveiligheid in de kernen te verbeteren en tegelijk efficiënte en duurzame stadsdistributie en last mile logistiek te stimuleren.
Met het oog hierop zet Lantis, samen met de inhoudelijke ondersteuning van andere partners, open projectoproepen in de markt. Het doel van dergelijke projectoproepen is het ondersteunen van innovatieve goederenprojecten in de Vervoerregio Antwerpen die bijdragen aan een efficiënter, duurzamer én economisch robuust goederenvervoer in de ganse regio.
Rond vrachtverkeer & vrachtroutes kunnen nieuwe regiobrede initiatieven opgezet worden, samen met andere partners, naargelang de noden van de vervoerregio en lokale besturen.
Via de vervoerregiowerking worden lokale besturen ondersteund bij de uitrol van deelmobiliteit, door opzet van specifieke producten, diensten en/of contracten, of door algemene ondersteuning, zoals:
● Kennisuitwisseling om de kennis en expertise op het gebied van deelmobiliteit te vergroten, via informatiedeling, workshops, stakeholdersevents, enz.
● Het uittekenen van een kader voor deelmobiliteit met duidelijke en uniforme afspraken en regels voor alle aanbieders van deelmobiliteit, indien die noodzakelijk en gewenst is. Dit erkenningskader legt niet enkel regels op voor de aanbieders, maar biedt hen een helder overzicht van de verwachtingen waaraan zij moeten voldoen om in de gemeenten en steden van de Vervoerregio Antwerpen te mogen opereren.
● Monitoring van deelmobiliteit met als doel evaluatie en concreet advies over eventuele bijsturing in deelsystemen, aantallen, hubs en locaties enz. . Dit zorgt voor een dynamisch en responsief mobiliteitssysteem dat blijft voldoen aan de verwachtingen van de gebruikers.
Lantis fungeert als trekker, aanbestedende overheid en (deels) financier van het regionaal deelfietsensysteem[3] om over de hele regio te kunnen beschikken over een dekkend deelfietsennetwerk.
Lantis investeerde in een basisnetwerk van 1.650 elektrische deelfietsen in Vervoerregio Antwerpen en Waasland (in het kader van de minder hinder-aanpak). Daarnaast investeerden onder meer lokale besturen in extra (elektrische) fietsen in het aanvullend netwerk.
Lantis rapporteert op kwartaalbasis aan de Vervoerregio over de evolutie in het gebruik van de deelfietsen.
Deze samenwerkingsovereenkomst doet geen afbreuk aan de bestaande overeenkomsten met Lantis en Donkey Republic in het kader van dit deelfietsensysteem.
De gemeente/stad engageert zich ertoe om in uitvoering van het Routeplan 2030 te blijven inzetten op (uitbreiding van) dit deelfietsensysteem en hiervoor de nodige kredieten te blijven voorzien tijdens de looptijd van de opdracht.
Binnen het kader van het Routeplan 2030 en actieplan Vervoer op maat werd gezamenlijk een strategie bepaald om deelwagens in te zetten[4]. Vanuit de Vervoerregio worden de nodige acties uitgezet om autodelen uit te rollen, gesteund op gezamenlijk en wederzijds engagement van de Vervoerregio via Lantis en van de lokale besturen:
● Lantis staat in voor het in de markt zetten van de aanbestedingen om een autodeelaanbieder te contracteren, zodat deelwagens uitgerold kunnen worden in de hele Vervoerregio. Er wordt zowel ingezet op een back-to-one aanbod, uitgerold over de hele vervoerregio, als een back-to-many aanbod waarbij deelwagens uitgerold worden op knooppunten in functie van flexibel overstappen.
De gemeente/stad neemt af van de (raam)overeenkomst om deelwagens op het eigen grondgebied te plaatsen. Lantis neemt af voor deelwagens op prioritaire knooppunten in het kader van impactmanagement voor de Oosterweelwerken.
● Lantis ondersteunt de gemeente/stad bij het aantrekken van particulier autodelen via communicatie, het delen van best practices en contacten met de sector. De gemeente/ stad zet (in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen) in op het faciliteren van particulier autodelen.
● De gemeente/stad wordt ondersteund door de vervoerregiowerking bij het opzetten van communicatiecampagnes om de bewustwording rond en het gebruik van autodelen te vergroten;
● Daarnaast werkt Lantis samen met de gemeente/stad voor het organiseren van infosessies teneinde bewoners en autodeelaanbieders samen te brengen, om eventuele drempels weg te nemen en mensen te overtuigen van de voordelen van autodelen.
Om lokale besturen te ondersteunen bij het stimuleren van een gedragsverandering naar duurzame verplaatsingen bij gebruikers (werknemers, inwoners, bezoekers, etc.), wordt er vanuit het regionaal servicecenter een Bereikbaarheidsaanpak opgeschaald naar de Vervoerregio.
De gemeente/stad neemt in dit kader een dubbele rol op:
● Enerzijds als werkgever, door deel te nemen aan de Bereikbaarheidsaanpak voor haar eigen werknemers;
● Anderzijds als lokale partner, door:
○ organisaties op haar grondgebied actief aan te moedigen tot deelname aan de Bereikbaarheidsaanpak;
○ opportuniteiten (zoals wegenwerken, gebiedsontwikkelingen, …) aan te grijpen om de Bereikbaarheidsaanpak in te zetten;
○ actief mee te communiceren naar verschillende stakeholders;
○ …
De Bereikbaarheidsaanpak bestaat uit een vast proces met een mobiliteitsscan, een proefaanbod, infosessies en opvolgingsgesprekken, communicatie en een lerend netwerk.[5]
De gemeente/stad onderschrijft de Bereikbaarheidsaanpak en neemt als werkgever actief deel aan deze aanpak en de daaruit volgende mobiliteitsoplossingen, die haar werknemers laat nadenken over hun verplaatsingsgedrag.
De gemeente/stad heeft de mogelijkheid om de Bereikbaarheidsaanpak éénmalig gratis te organiseren voor haar eigen werknemers. Voor volgende rondes betaalt de gemeente/stad een éénmalige instapkost van 5.000 euro exclusief btw.
De gemeente/stad die als werkgever deelgenomen heeft aan één of meerdere rondes van de Bereikbaarheidsaanpak, engageert zich ertoe om periodiek - zelf en/of via haar werknemers – deel te nemen aan bevragingen. Deze bevragingen maakt het mogelijk om de voortgang en de impact van de Bereikbaarheidsaanpak te meten. De resultaten bieden de gemeente/stad inzicht in het verplaatsingsgedrag van haar werknemers en stellen haar in staat om verdere maatregelen hierop af te stemmen.
Met betrekking tot de deelname van de gemeente/stad als werkgever aan deze Bereikbaarheidsaanpak wordt tussen de Partijen een afzonderlijke overeenkomst afgesloten, waarin de specifieke rechten en verbintenissen van beide Partijen nader worden vastgelegd.
Daarnaast tracht de gemeente/stad, samen met het regionaal servicecenter, andere potentiële deelnemers op haar grondgebied (bedrijven, scholen, ziekenhuizen, attractiepolen, ...) in kaart te brengen en actief aan te sporen om deel te nemen aan een ronde binnen de Bereikbaarheidsaanpak. Voor de opstart legt de gemeente/stad, samen met het regionaal servicecenter, de nodige contacten.
Met deze dubbele rol – als deelnemende werkgever en als faciliterende partner binnen haar grondgebied – draagt de gemeente/stad bij aan de bredere gedragsverandering binnen de vervoerregio.
2. Andere initiatieven ter ondersteuning van gedragsverandering
Het Routeplan 2030 bevat ook andere initiatieven die bijdragen aan gedragsverandering, grotendeels gebaseerd op de bestaande aanpak en de ervaringen binnen het programma Slim naar Antwerpen. De bedoeling is om ook deze initiatieven verder op te schalen naar het niveau van de hele Vervoerregio.
Het gaat onder meer om:
● het opschalen van de multimodale routeplanner naar een lokaal detailniveau,
● het organiseren van themasessies rond mobiliteitstopics,
● het opzetten van een delend netwerk tussen lokale besturen,
● en ondersteuning bij communicatiecampagnes.
De concrete engagementen en wederzijdse verwachtingen maken deel uit van eventueel nog specifiek af te sluiten overeenkomsten. Er wordt hier ook verwezen naar onderstaande artikelen met betrekking tot communicatie en mobiliteitsdata.
In dit deel wensen Partijen een aantal principes op te nemen over hun samenwerking, waaronder afspraken over bevoegdheidsverdeling, overleg en aanspreekpunten, en (gezamenlijke) communicatie. Specifieke afspraken over concrete producten of diensten zullen voorwerp uitmaken van afzonderlijke overeenkomsten.
Conform artikel 13 van het Decreet Basisbereikbaarheid zijn lokale besturen – net als de Vlaamse entiteiten – gebonden aan het regionaal mobiliteitsplan en staan ze in voor uitvoering van de projecten die onder hun lokale bevoegdheid vallen, op dezelfde manier als de entiteiten op Vlaams niveau verantwoordelijk zijn voor projecten binnen hun bevoegdheidsgebied.
Vanuit de vervoerregiowerking wordt het Routeplan 2030 vertaald naar het lokaal niveau met fiches op maat van elk lokaal bestuur. Deze fiches bevatten projecten, maatregelen en overkoepelende engagementen uit het Routeplan, aangevuld met relevante data.
Zowel op Vlaams als lokaal niveau is de geplande uitvoering en financiering onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting en meerjarenplannen.
Wanneer de Vervoerregio niet beschikt over de benodigde expertise met betrekking tot een specifiek product of dienst, kan beroep gedaan worden op gespecialiseerde leveranciers en/of experten. Indien de Vervoerregio op vraag van lokale besturen een raamovereenkomst of aanbesteding in de markt zet, verbindt de gemeente/stad zich ertoe de nodige informatie aan te leveren teneinde een correcte opmaak van het bestek mogelijk te maken. Daarnaast verbindt de gemeente/stad zich ertoe om de gevraagde afname van de raamovereenkomst of aanbesteding op te nemen in de budgetten en het meerjarenplan.
Deze gevorderde samenwerking vormt enkel een succes wanneer er een transparante communicatie en structureel overleg plaatsvindt. Daarom worden volgende overlegstructuren ingezet die door de vervoerregiowerking worden gefaciliteerd en gecoördineerd:
● Vervoerregioraad met 1 politieke afvaardiging per stad of gemeente: minstens 3x/jaar
● Ambtelijk overleg met minimaal 1 ambtelijke afvaardiging per stad of gemeente: minstens 3x/jaar
● Bilateraal overleg
● Corridor/clusteroverleg
Deze overlegmomenten kunnen wijzigen en/of uitgebreid worden, bijvoorbeeld met lerend netwerkmomenten, informatiesessies, participatietrajecten en dergelijke.
De Partijen engageren zich ertoe om deel te nemen aan deze overlegmomenten of (netwerk)events georganiseerd in het kader van het Routeplan 2030.
Door het gebruik van data kan de Vervoerregio Antwerpen het regionaal mobiliteitsplan Routeplan 2030 evalueren en, in samenspraak met de Vervoerregioraad, bijsturen waar nodig. De lokale besturen kunnen dankzij deze data geïnformeerde beslissingen nemen en eventueel gerichte maatregelen nemen op hun grondgebied.
Naast de evaluatie op basis van indicatoren die in het kader van het Routeplan 2030 gemonitord worden, kan de Vervoerregio op vraag van de gemeente/stad volgende data aanleveren om haar projecten te staven met objectieve cijfers:
● Index van de belangrijkste publieke informatiebronnen voor mobiliteit;
● Reistijden op courante routes;
● Selected link analyses op floating car data;
● Indicatoren Routeplan 2030;
● Verkeerstellingen;
● Gebruik van deelmobiliteit;
● Analyse van OpenStreetMap-data zoals bv. fietsnetwerk (verlichting, verharding, snelheid, afstand tot BFF ism Provincie Antwerpen, verkeerslichten…);
● Analyse van pendelgedrag en modale verdeling;
● Herkomst-bestemmingsanalyse
● …
De gemeente/stad engageert zich om alle relevante mobiliteitsdata uit te wisselen in het kader van de aangeboden mobiliteitsondersteuning en de uitvoering van het Routeplan 2030. Zeker in functie van het opschalen van reisinformatie en routeplanning is het aanleveren van data over wegenwerken, evenementen, verkeersreglementen en dergelijke noodzakelijk.
Via een digitale kennishub van het Routeplan 2030 biedt de Vervoerregio en het regionaal servicecenter lokale besturen een platform aan waarbij aan kennisdeling en informatie-uitwisseling wordt gedaan. Dit platform stelt lokale besturen in staat om efficiënter samen te werken.
De gemeente/stad ontvangt als lid van de Vervoerregio een persoonlijke login en paswoord, waarmee toegang wordt verkregen tot allerhande nuttige documenten en informatie. Dat omvat o.a.: gemeentefiches RP2030, deelmobiliteit, mobiliteitsknooppunten, subsidiewijzer, infrastructuurprojecten, mobiliteitsdata & monitoring, bereikbaarheidsaanpak, verslagen overlegmomenten, nieuws en blogfunctie, events, routeplanner, contactpagina, enz.
Lokale besturen kunnen via het platform met elkaar in dialoog gaan en gemeentelijke info met betrekking tot het Routeplan 2030 delen met elkaar.
Om gebruikers te ondersteunen en te sturen in hun keuzes, is heldere communicatie en reizigersinformatie cruciaal, aldus het Routeplan 2030. Daarom wordt een gezamenlijke communicatiestrategie gevolgd op basis van de principes van het Routeplan 2030, waarbij bereikbaarheid – ook tijdens de uitvoering van projecten en werven – van de regio centraal staat:[6]
● Alle bouwheren communiceren over hun project (bv. Lantis, De Lijn, AWV…); lokale besturen kunnen uiteraard ook bouwheer zijn voor projecten;
● Ook mobiliteitsaanbieders promoten hun aanbod en verwijzen door naar alternatieven en naar de routeplanner van Slim naar Antwerpen;
● Beide groepen brengen dit bereikbaarheidsverhaal naar de verschillende stakeholders (bv. hulpdiensten, ondernemers, zorginstellingen en scholen, belangenorganisatie, pers…);
● De bestaande kanalen worden maximaal benut, zoals websites en sociale media van bouwheren, Slim naar Antwerpen en gemeentelijke kanalen.
Lokale besturen spelen hierin een actieve rol door op hun grondgebied tijdig en helder te communiceren over projecten, infrastructuurwerken en mobiliteitsmaatregelen.
Vanuit de Vervoerregio (door Antwerps Werkplatform) wordt gezorgd voor de opmaak van de gezamenlijke communicatiestrategie, het narratief en alle (communicatie)initiatieven die hiervoor nodig zijn. Lantis is hiervoor SPOC van en naar lokale besturen en maakt middelen vrij om deze communicatiestrategie waar te maken.
De gemeente/stad schaart zich achter deze gezamenlijke communicatiestrategie, engageert zich ertoe deze toe te passen in eigen project- en/of werfcommunicatie en zet zich mee in om via deze aangereikte communicatie-initiatieven gebruikers (bewoners, bezoekers, pendelaars) en de verschillende doelgroepen te informeren en te betrekken.
In functie van gedragsverandering en het nudgen of verleiden van gebruikers naar alternatieven, worden verschillende initiatieven opgezet, die regiobreed kunnen uitgerold worden. Uiteraard worden hier steeds evenwichten gezocht tussen de types verplaatsingen, doelgroepen en gebiedstypes (denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van de trein in gebieden met treinaanbod, het in de kijker zetten van trams in de urbane zone, beelden op maat van de regio gebruiken,…)
In de eerste plaats worden de succesvolle Slim naar Antwerpen-campagnes regiobreed gevoerd en in de kijker gezet. Deze campagnes richten zich op pendelaars, inwoners en bezoekers.
De frequentie en inhoud van deze campagnes worden afgestemd op actuele en seizoensgebonden activiteiten. De gemeente/stad ontvangt kant-en-klare communicatiematerialen die een breed publiek bereiken.
Om de impact van deze campagnes te maximaliseren, verbinden lokale besturen zich ertoe deze actief te verspreiden via hun eigen communicatiekanalen, zoals gemeentelijke websites, sociale media, infobrochures en lokale evenementen. Dit kan gemakkelijk via de widget van Slim naar Antwerpen/Slim Onderweg. Alleen door gezamenlijke inspanningen kan gedragsverandering worden gestimuleerd en kan de mobiliteit in de regio verduurzamen.
Op lange termijn dragen deze nudging-campagnes bij aan een positieve gedragsverandering bij reizigers, los van de specifieke locaties en timing van infrastructuurwerken. Het uiteindelijke doel is een beter bereikbare en leefbare Antwerpse regio, zowel tijdens als na de werken.
Lokale besturen worden op vlak van communicatie ondersteund door communicatiepakketten aan te bieden over de producten en diensten (bv. deelmobiliteit). De lokale besturen verbinden zich ertoe deze communicatiepakketten actief in te zetten om hun inwoners te informeren en te stimuleren tot duurzamere mobiliteitskeuzes.
Conform artikel 31 §2 van het Decreet Basisbereikbaarheid bepaalt de vervoerregioraad de structurele participatie van burgers en het middenveld in het mobiliteitsbeleid van de vervoerregio. Binnen het door de vervoerregioraad vastgelegde participatiekader werkt de gemeente/stad mee aan de concrete uitwerking hiervan binnen de clusters van de Vervoerregio. De vervoerregiowerking en het regionaal servicecenter bieden hierin ondersteuning en faciliteren de participatie binnen de Vervoerregio Antwerpen.
ALGEMENE BEPALINGEN
Huidige overeenkomst wordt aangegaan voor een duurtijd van 6 jaar, gelijklopend met het meerjarenplan van de gemeente/stad en rekening houdend met de richttijd van het huidige Routeplan 2030.
Een verlenging van deze overeenkomst is mogelijk mits schriftelijk akkoord van de Partijen.
De nietigheid van een bepaling in deze overeenkomst zal geenszins de nietigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst of van de overeenkomst zelf met zich meebrengen. Partijen zullen, in voorkomend geval, de nietige bepaling vervangen door een werkbare en geldige bepaling met een praktisch en economisch gelijkaardig resultaat.
Evenzo zullen partijen te goeder trouw onderhandelen ten einde een voor iedere partij aanvaardbare oplossing te vinden indien zich een situatie of omstandigheid zou voordoen die niet is voorzien in de overeenkomst doch die gevolgen heeft ten aanzien van de uitvoering ervan.
Op onderhavige overeenkomst is uitsluitend het Belgische recht van toepassing.
Uitsluitend de rechtbanken en hoven gelegen in het arrondissement Antwerpen zijn bevoegd om geschillen met betrekking tot onderhavige overeenkomst te beslechten.
Alvorens een geschil voor te leggen aan de rechtbanken, verbinden de partijen er zich toe alles in het werk te stellen om het geschil in der minne te regelen.
Indien partijen in kader van onderhavige samenwerkingsovereenkomst aan elkaar persoonsgegevens overmaken, dan is dat uitsluitend met het oog op de uitvoering van de samenwerking.
De partijen worden beschouwd als afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijken aangezien deze zelf het doel van en de middelen voor de verwerking van de persoonsgegevens in dit kader bepalen.
Alle partijen waarborgen dat zij bij de verwerking van deze persoonsgegevens strikt de Belgische en Europese wetgeving inzake privacy en gegevensbescherming, waaronder de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming 2016/679 van 27 april 2016, zullen naleven.
BIJLAGEN
Projectfiches:
● Projectfiche Autodelen
● Projectfiche Hoppinpunten/Mobiliteitsknooppunten
● Projectfiche Mental Shift - Bereikbaarheidsaanpak
● Projectfiche Communicatie
Projectfiche Autodelen
Routeplan 2030: Hoofdstuk 8 – Vervoer op maat
Binnen het Routeplan 2030[7] vormt autodelen een belangrijk onderdeel in het actieplan Vervoer op Maat. Dat actieplan definieert drie strategieën voor de Vervoerregio Antwerpen:
Verdere stimulans door de marktwerking en samenwerking met lokale besturen is niet nodig.
Aangezien de marktwerking hier onvoldoende is, is een coördinerende rol van de Vervoerregio wenselijk.
Deelwagens worden hier ingezet als natransport na een rit met het OV. Dit biedt een betere reisoptie dan volledig reizen met OV of auto. Locaties van deelwagens hebben doorgaans een sterke verbinding met het OV en een goede auto-ontsluiting.
Regionale aanpak
Rond autodelen is er bij lokale besturen nood aan een regionale aanpak. Om hen hierin te ondersteunen, wil Lantis samenwerken op basis van de drie kernpijlers van autodelen: aanbod, vraag en kader.
Lantis zal de gemeente/stad ondersteunen bij het aantrekken van particulier autodelen. Hierbij ligt vooral de focus op het ontwikkelen van communicatiemateriaal en het verspreiden van handleidingen en best practices via het kennisplatform, ten behoeve van lokale besturen.
Lokale besturen ondervinden moeilijkheden bij het aantrekken van autodeelaanbieders naar de randstedelijke en landelijke gebieden. Om hierin te ondersteunen, zal Lantis een raamovereenkomst in de markt zetten volgens een financieel haalbaar businessmodel, waarop de gemeente/stad kan intekenen. Daarnaast voorziet Lantis deelwagens op de meest cruciale P+R’s in het kader van het Minder Hinderprogramma.
Ten laatste zal gewerkt worden op het aanmoedigen van autodelen op nieuwe woonontwikkelingen. Dit zal in eerste instantie gebeuren door het uitwisselen van best practices.
Om de bewustwording en acceptatie van autodelen (en elektrische voertuigen) te vergroten, is communicatie naar de eindgebruiker (inwoners) essentieel. Lantis zal samen met de geselecteerde autodeelaanbieder de gemeente/stad helpen bij de opmaak van een doordacht communicatieplan. Dit plan maakt gebruik van diverse kanalen zoals sociale media, lokale kranten en gemeenschapsbijeenkomsten om verschillende doelgroepen te bereiken.
Daarnaast werkt Lantis en de geselecteerde autodeelaanbieder samen met de stad/gemeente voor het organiseren van infosessies teneinde bewoners en autodeelaanbieders samen te brengen. Het doel van deze sessies is om eventuele drempels weg te nemen en mensen te overtuigen van de voordelen van autodelen.
Een erkenningskader omschrijft duidelijke en uniforme afspraken en regels voor alle aanbieders van deelmobiliteit. Dit erkenningskader legt niet enkel regels op voor de aanbieders, maar biedt hen tevens een helder overzicht van de verwachtingen waaraan zij moeten voldoen om in de steden en gemeenten van de Vervoerregio Antwerpen te mogen opereren.
Om de kennis en expertise op het gebied van deelmobiliteit te vergroten, zet Lantis in op kennisuitwisseling tussen de lokale besturen. Dit wordt gerealiseerd door het delen van informatie via de kennishub, maar ook door het organiseren van workshops en andere gerelateerde stakeholderevents.
Het monitoren en evalueren van het autodeelprogramma is cruciaal voor succes op lange termijn. Lantis zal de verzamelde gegevens en resultaten delen met de gemeente/stad om zo te kunnen bijsturen en aan te passen aan veranderende omstandigheden en behoeften. Dit zorgt voor een dynamisch en responsief mobiliteitssysteem dat blijft voldoen aan de verwachtingen van de gebruikers.
Het aanbod en de ondersteuning van Lantis met betrekking tot de regionale uitrol van deelwagens vraagt ook een actieve bijdrage van de gemeente/stad om autodelen op regionale schaal te doen slagen. Dit omvat het ontwikkelen en ondersteunen van een duidelijke beleidsvisie, het vrijmaken van financiële middelen om autodelen te integreren, het promoten bij de inwoners om opportuniteiten (ontwikkelingen, heraanleg, wegenwerken, ...) vollop te benutten . Alleen door gezamenlijke inspanningen kunnen de voordelen van autodelen volledig benut worden en kan worden bijgedragen aan een duurzamer mobiliteitssysteem.
Indien de gemeente/stad gebruik wenst te maken van de ondersteuning van Lantis, zal zij een sterk en aantoonbaar engagement moeten aangaan:
Indien de gemeente/stad gebruik wil maken van de ondersteuning van Lantis, zal de gemeente/stad ten minstens punt 1 en punt 2 opnemen. Indien de gemeente/stad gebruikmaakt van de toekomstige raamovereenkomst, zal de gemeente/stad bovendien ook punt 3, punt 4, punt 5 en punt 6 toepassen.
Projectfiche Hoppinpunten/Mobiliteitsknooppunten
Routeplan 2030: Hoofdstuk 4 – Mobiliteitsknopen
Lantis ondersteunt lokale besturen met het uitwerken van Hoppinpunten op hun grondgebied. Deze mate van ondersteuning is afhankelijk van een prioritering op basis van objectieve criteria:
● Focus op lokale en regionale Hoppinpunten
● Volume aanbod openbaar vervoer en deelmobiliteit
● Overstappotentieel
● Lokaal beheer (gemeente is wegbeheerder)
● Impactgebied Oosterweelwerken
Afhankelijk van deze prioritering biedt Lantis 3 vormen van ondersteuning aan:
De gemeente/stad zal aan de slag gaan met de uitrol van deze Hoppinpunten, waarvoor hij wegbeheerder is:
● De gemeente/stad levert de nodige informatie aan, aan Lantis;
● De gemeente/stad stemt met Lantis en het aangestelde studiebureau af over de gewenste scope, planning, inrichting en dergelijke;
● De gemeente/stad verbindt t zich ertoe om deze Hopppinpunten uit te voeren en hiervoor financiering te voorzien binnen het meerjarenplan.[9]
● De gemeente/stad zal de werken die gepaard gaan met de realisatie van het Hoppinpunt, aanvatten binnen de 2 jaar na goedkeuring van de UVN of het definitief ontwerp.
Projectfiche Mental shift - Bereikbaarheidsaanpak
Routeplan 2030: Hoofdstuk 10 – Focus op intermediaire groepen
Het Routeplan 2030 streeft naar een gedragsverandering (mental shift) via zachte maatregelen die bijdragen aan een bereikbare regio. Het uiteindelijke doel is een regionale modal split van 50/50: maximaal 50% autoverkeer en minimaal 50% alternatieve vervoersmodi. Dit vergt een regiobrede aanpak, waarin lokale besturen hun rol en verantwoordelijkheden opnemen en het goede voorbeeld geven.
Deze mental shift-aanpak is vanuit stad Antwerpen, in samenwerking met Vlaanderen, gegroeid vanuit impactmanagement/minder hinder. Dit mental shift-programma maakt gebruik van een werf om mensen te laten nadenken over hun mobiliteitsgedrag en zet de werken om in een hefboom naar duurzame mobiliteit.
Om lokale besturen te ondersteunen bij het stimuleren van een gedragsverandering naar duurzame verplaatsingen bij gebruikers (werknemers, inwoners, bezoekers, etc.) wordt er vanuit het regionaal servicecenter een Bereikbaarheidsaanpak opgeschaald naar de Vervoerregio.
De gemeente/stad neemt in dit kader een dubbele rol op. Zo zal ze eerst en vooral als werkgever deelnemen aan de Bereikbaarheidsaanpak voor haar eigen werknemers. Hiervoor zal een afzonderlijke overeenkomst tussen Partijen moeten worden afgesloten, waarin de specifieke rechten en verbintenissen van beide Partijen nader worden vastgelegd.
Daarnaast zal zij als lokale actor andere potentiële organisaties (bedrijven, scholen, ziekenhuizen, attractiepolen, ...) op haar grondgebied in kaart brengen en actief aanmoedigen tot deelname aan de Bereikbaarheidsaanpak.
Indien de gemeente/stad als werkgever zelf deelneemt aan deze Bereikbaarheidsaanpak dan bestaat deze erin dat Lantis de volgende mobiliteitsmaatregelen en het aanbod van mobiliteitsproducten en/of mobiliteitsdiensten door derde partijen faciliteert en ondersteunt:
● Mobiliteitsscan. Er zal een mobiscan uitgevoerd worden om het mobiliteitsprofiel en -potentieel in kaart te brengen. Deze mobiscan dient als startpunt voor een verdere mental shift-aanpak.
● Proefaanbod. Lantis biedt een probeeraanbod aan van verschillende types fietsen, abonnementen voor het openbaar vervoer en probeerpassen voor deelmobiliteit. Het ter beschikking stellen van de vervoermiddelen gebeurt volgens de gebruiksvoorwaarden, die door de gebruikers bij inschrijving uitdrukkelijk aanvaard zullen moeten worden.
● Het lokaal bestuur kan als werkgever aansluiten bij het lerend netwerk en infosessies rond verschillende mobiliteitsthema’s en -onderwerpen. Daarnaast is er een jaarlijks netwerkevent met inspirerende sessies, contact met andere bedrijven en besturen en infodeling.
Indien het lokaal bestuur de Bereikbaarheidsaanpak wenst in te zetten naar inwoners wordt de mobiscan vervangen door het in kaart brengen van de pendelbewegingen en bestaande mobiliteitsoplossingen in de gemeente.
De gemeente/stad neemt deel aan de tweejaarlijkse werknemersbevraging zodat de evolutie van de inspanningen van de Bereikbaarheidsaanpak meetbaar en aantoonbaar zijn. Dit biedt de gemeente/stad inzicht in het verplaatsingsgedrag van haar medewerkers en inwoners en de mogelijkheid om maatregelen hierop af te stemmen.
Projectfiche Communicatie
Routeplan 2030: Hoofdstuk 9 – Gebruikers sturen in hun keuze
Communicatiestrategie duurzame mobiliteit en gedragsverandering in de Vervoerregio Antwerpen.
De communicatiestrategie vertrekt vanuit een gedeeld narratief van alle betrokken bouwheren en mobiliteitsaanbieders in Vervoerregio Antwerpen. Enerzijds het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid in de Antwerpse regio via multimodale oplossingen en een versnelde modal shift, anderzijds het uitvoeren van noodzakelijke infrastructuurprojecten.
Binnen deze context heeft de communicatiestrategie van het regionaal servicecenter als doel om duurzame mobiliteit en gedragsverandering te stimuleren in de vervoerregio. Dit gebeurt via gerichte communicatiecampagnes, een nauwe samenwerking met lokale besturen en mobiliteitspartners. Maar ook door het opschalen van bestaande tools en campagnes van Slim naar Antwerpen naar de volledige vervoerregio.
Tegelijk worden infrastructuurwerven in de regio beter op elkaar afgestemd en worden slimme vervoersalternatieven elke keer aangeboden. Zo wordt hinder maximaal beperkt en wordt duurzame mobiliteit actief gepromoot.
Doelgroep
De communicatie richt zich op verschillende doelgroepen:
● lokale besturen: gemeenten en steden binnen de vervoerregio
● inwoners en pendelaars, bezoekers van de regio, en werkgevers
● organisaties die een rol kunnen spelen in het mobiliteitsgedrag van hun medewerkers.
Aanpak
Er worden campagnes opgezet die gedragsverandering stimuleren, zoals het gebruik van alternatieven voor de auto en er wordt ingezet op duidelijke bereikbaarheidscommunicatie bij infrastructuurprojecten en werven.
In communicatie over werven maken we duidelijk wat er wanneer staat te gebeuren en welke impact dat heeft op de bereikbaarheid voor de verschillende doelgroepen. We verwijzen daarbij altijd naar de oplossingen of alternatieven en verwijzen naar een plek waar men meer informatie kan vinden. De tools en platformen van Slim naar Antwerpen worden versterkt en breder ingezet. Via een taskforce communicatie tussen verschillende mobiliteitspartners (AWV, De Lijn, PoAB, Lantis en Stad Antwerpen) wordt samenwerking geoptimaliseerd en staan afstemming en gezamenlijke planning centraal.
Tone of Voice
De communicatie gebeurt op een positieve en verbindende toon. Er wordt steeds gesproken over bereikbaarheid en alternatieven, met de nadruk op het gewenste gedrag. De boodschap is helder en actief geformuleerd. Er wordt rekening gehouden met de diversiteit van doelgroepen en vervoersmodi, zonder te stigmatiseren of uit te sluiten.
Samenwerkingsafspraken
Er zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen Slim naar Antwerpen en het regionaal servicecenter. Zo wordt er jaarlijks een communicatieplanning opgesteld en per kwartaal geüpdatet. We werken aan een licentieovereenkomst voor het gebruik van het merk 'Slim onderweg'. Campagnes worden ontwikkeld, gevalideerd en geëvalueerd.
Timing & opvolging
De communicatieplanning wordt jaarlijks herzien en afgestemd via kwartaaloverleggen. De effectiviteit van campagnes wordt gemeten via bevragingen en campagnemetingen. Op basis van deze inzichten worden toekomstige acties bijgestuurd. De samenwerking wordt continu geëvalueerd en waar nodig versterkt.
[1]www.vlaanderen.be/mobiliteit-en-openbare-werken/wegen/het-toekomstverbond-verzoent-mobiliteit-en-leefbaarheid
[2] Lokale besturen kunnen een subsidie aanvragen voor de aanleg van één of meerdere Hoppinpunten langs gemeentewegen. Zie: https://www.vlaanderen.be/basisbereikbaarheid/subsidies-voor-de-aanleg-of-herinrichting-van-een-hoppinpunt
[3] Cfr. huidige overheidsopdracht gegund aan Donkey Republic
[4] Zie Projectfiche Autodelen
[5] Zie Projectfiche Mental Shift – Bereikbaarheidsaanpak
[6] Zie Projectfiche Communicatie
[7] Naast het Routeplan 2030 vormt autodelen ook een van de vier pijlers van het Vlaamse Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) dat steden en gemeenten ondersteunt bij het realiseren van klimaatdoelstellingen. Door de ondertekening van dit LEKP engageerden steden en gemeenten van de Vervoerregio Antwerpen zich om te streven naar 2 deelwagens per 1.000 inwoners tegen 2030.
[8] De Unieke Verantwoordingsnota (UVN) is een standaarddocument waarmee lokale overheden de realisatie van een Hoppinpunt zowel inhoudelijk als financieel verantwoorden tegenover de Vlaamse overheid, in het kader van de subsidiëring op basis van ‘Basisbereikbaarheid’. Zie de projectaanpak voor Hoppinpunten via Vlaanderen.be: https://www.vlaanderen.be/basisbereikbaarheid/combimobiliteit/hoppinpunten/projectaanpak-hoppinpunten
[9] Lokale besturen kunnen een subsidie aanvragen voor de aanleg van één of meerdere Hoppinpunten langs gemeentewegen. Zie: https://www.vlaanderen.be/basisbereikbaarheid/subsidies-voor-de-aanleg-of-herinrichting-van-een-hoppinpunt
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.