Zitting van 29 juni 2026
Openbare zitting
Openbare zitting
8. Reglement betreffende de ter beschikkingstelling van doorgangswoningen. Goedgekeurd.
Feiten en motivering
De huidige bezettingsvergoedingen voor de doorgangswoningen zijn reeds geruime tijd ongewijzigd en sluiten niet langer aan bij de actuele huurmarkt. Hierdoor is het verschil tussen de bezettingsvergoeding van een doorgangswoning en de huurprijs op de reguliere woningmarkt aanzienlijk geworden. In de praktijk leidt dit ertoe dat doorgangswoningen niet altijd hun oorspronkelijke doel als tijdelijke opvang- en transitwoning vervullen en dat de doorstroom naar een duurzame huisvestingssituatie wordt bemoeilijkt.
Vanuit de begeleidende opdracht van het lokaal bestuur is het belangrijk cliënten stapsgewijs voor te bereiden op zelfstandig wonen. Daarin past ook het geleidelijk leren omgaan met een realistische woonkost. Om die reden wordt voorgesteld om de bezettingsvergoeding gefaseerd te verhogen gedurende de verblijfsperiode in de doorgangswoning.
Voor de eerste vier maanden wordt de bezettingsvergoeding vastgesteld op één derde van het toepasselijke leefloon. Vanaf de vijfde maand wordt de bezettingsvergoeding afgestemd op de maximale huurprijs om in aanmerking te komen voor een huurpremie zoals gehanteerd binnen de regelgeving van Wonen in Vlaanderen, verminderd met de geldende huurpremie. Vanaf de negende maand wordt deze bezettingsvergoeding verhoogd met een bijkomend bedrag van 100 euro. Op die manier wordt de bezettingsvergoeding geleidelijk meer in overeenstemming gebracht met de actuele huurprijzen op de private woningmarkt en wordt een betere doorstroom naar een duurzame woonoplossing gestimuleerd.
Om de praktische en administratieve verwerking beheersbaar te houden, worden de bedragen vastgelegd voor de volledige duur van de huidige legislatuur. Bij de opmaak van een nieuwe legislatuur kunnen deze bedragen worden herzien op basis van de dan geldende regelgeving en indexeringen.
Daarnaast wordt voorgesteld om de huidige regeling inzake nutsvoorzieningen te behouden, namelijk een forfaitaire bijdrage van 50 euro per persoon per maand met een maximum van 150 euro per gezin per maand.
Aan iedere nieuwe bewoner wordt een starterspakket ter beschikking gesteld bestaande uit basisvoorzieningen waaronder een lakenpakket en hygiënisch materiaal. Personen die instromen in een doorgangswoning beschikken vaak niet over de nodige middelen of basisuitrusting om onmiddellijk een woning te betrekken. Door het aanbieden van een basispakket wordt beoogd de woning en de inboedel vanaf de aanvang van het verblijf hygiënisch te kunnen behouden.
Tevens wordt voorgesteld om de kosten verbonden aan het DIFTAR-systeem op te nemen in de regeling. Hiervoor wordt een voorschot van 7 euro per persoon per maand aangerekend. Na beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt een eindafrekening opgesteld op basis van de werkelijke kosten.
Tot slot wordt voorgesteld een vergoeding van 15 euro aan te rekenen bij verlies van een sleutel als gedeeltelijke compensatie voor de vervangingskosten.
Om deze wijzigingen juridisch te verankeren werd een nieuw reglement betreffende de terbeschikkingstelling van doorgangswoningen opgemaakt. Het ontwerpreglement wordt in het besluit toegevoegd.
Juridisch kader
● De organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
● Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 art. 77.
● De bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn inzake het vaststellen van reglementen betreffende de maatschappelijke dienstverlening.
Financiële gevolgen
De voorgestelde aanpassing van de bezettingsvergoedingen heeft een positieve impact op de ontvangsten binnen het meerjarenplan, meer bepaald op MJP001343 – Doorgangswoningen – Verhuur. Uitgaande van de bezettingsgraad in 2025 zou de nieuwe regeling naar schatting 7.000 euro extra ontvangsten genereren. Rekening houdend met de beoogde betere doorstroom vanuit de doorgangswoningen naar duurzame huisvesting, stelt de dienst voor om een voorzichtige raming van 4.000 euro bijkomende ontvangsten op te nemen in het meerjarenplan.
De invoering van een starterspakket voor nieuwe bewoners heeft een geraamde impact op de uitgaven van ongeveer 1.000 euro per jaar, te voorzien binnen MJP001339 – Doorgangswoningen – Aankoop materialen.
De regeling inzake DIFTAR wordt als budgetneutraal beschouwd aangezien de aangerekende voorschotten worden verrekend met de werkelijke kosten.
De vergoeding voor verloren sleutels vormt een gedeeltelijke compensatie voor de kosten verbonden aan de aankoop en vervanging van materiaal binnen MJP001339 – Doorgangswoningen – Aankoop materialen. Hier moet geen aanpassing voor worden voorzien.
Er werd geen visum aangevraagd aangezien de financiële impact qua uitgaven onder de 5.000 euro wordt geraamd.
Besluit
STEMMING :
Eenparig aangenomen.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement betreffende de terbeschikkingstelling van de doorgangswoningen met bijbehorende aanpassingen in het meerjarenplan integraal goed.
Artikel 2
Het reglement treedt in werking op 1 juli 2026 en vervangt alle voorgaande bepalingen betreffende de bezettingsvergoeding en het gebruik van doorgangswoningen.
REGLEMENT BETREFFENDE DE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN DOORGANGSWONINGEN
Artikel 1: Doelstelling
Het lokaal bestuur Kapellen stelt doorgangswoningen ter beschikking aan personen en gezinnen die zich in een acute woonnoodsituatie bevinden en voor wie tijdelijke huisvesting noodzakelijk is in het kader van de maatschappelijke dienstverlening.
De doorgangswoningen hebben als doel een tijdelijke opvang te bieden en de bewoners te begeleiden naar een duurzame woonoplossing op de reguliere woningmarkt.
Artikel 2: Doelgroep en voorwaarden
§1. De terbeschikkingstelling van een doorgangswoning gebeurt uitsluitend na beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
§2. De gebruiker moet:
● zich bevinden in een woonnoodsituatie;
● bereid zijn mee te werken aan de maatschappelijke begeleiding aangeboden door de sociale dienst;
● de doorgangswoning uitsluitend gebruiken als hoofdverblijfplaats;
● de woning als een goede huisvader gebruiken;
● bereikbaar blijven voor de sociale dienst gedurende de volledige periode van verblijf.
§3. Het is niet toegestaan:
● derden te laten inwonen zonder toestemming van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst;
● de woning te gebruiken voor handels-, beroeps- of zelfstandige activiteiten;
● de woning geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of ter beschikking te stellen aan derden.
Artikel 3: Duur van de terbeschikkingstelling
§1. De eerste overeenkomst wordt afgesloten voor een periode van vier maanden.
§2. Op gemotiveerd verzoek van de gebruiker en mits goedkeuring door het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst kan deze periode maximaal tweemaal verlengd worden met vier maanden.
§2bis. Een aanvraag tot verlenging wordt beoordeeld op basis van de opvolging binnen het begeleidingstraject en het gemotiveerd advies van de maatschappelijk werker. Daarbij wordt rekening gehouden met de inspanningen die de gebruiker heeft geleverd om een duurzame woonoplossing te vinden, evenals met persoonlijke, sociale, financiële, medische of andere omstandigheden die deze zoektocht kunnen beïnvloeden.
§3. De maximale verblijfsduur bedraagt in principe twaalf maanden.
§4. Het verblijfsrecht eindigt automatisch op de overeengekomen einddatum zonder dat een bijkomende opzeg vereist is.
Artikel 4: Bezettingsvergoeding
§1. Tijdens de eerste vier maanden bedraagt de maandelijkse bezettingsvergoeding:
● Alleenstaande: € 446,82
● Gezin met 1 persoon ten laste: € 603,86
● Gezin met 2 personen ten laste: € 603,86
● Gezin met 3 of meer personen ten laste: € 603,86
§2. Vanaf de vijfde maand bedraagt de maandelijkse bezettingsvergoeding:
● Alleenstaande: € 574,18
● Gezin met 1 persoon ten laste: € 695,29
● Gezin met 2 personen ten laste: € 816,40
● Gezin met 3 of meer personen ten laste: € 861,27
§3. Vanaf de negende maand bedraagt de maandelijkse bezettingsvergoeding:
● Alleenstaande: € 674,18
● Gezin met 1 persoon ten laste: € 795,29
● Gezin met 2 personen ten laste: € 916,40
● Gezin met 3 of meer personen ten laste: € 961,27
§4. De bedragen vermeld in dit artikel blijven ongewijzigd gedurende de volledige legislatuur. Bij de opmaak van een nieuwe legislatuur kunnen deze bedragen worden herzien op basis van de op dat ogenblik geldende regelgeving van Wonen in Vlaanderen, de huurpremie en andere relevante indexeringen.
Artikel 5: Nutsvoorzieningen en bijkomende kosten
§1. Voor water, gas en elektriciteit wordt een forfaitaire bijdrage aangerekend van € 50 per persoon per maand, met een maximum van € 150 per gezin per maand.
§2. Voor afvalverwerking wordt een voorschot aangerekend van € 7 per persoon per maand.
Na beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt een eindafrekening opgesteld op basis van de werkelijke kosten verbonden aan het DIFTAR-systeem.
§3. Kosten voor internet, televisie en telefonie zijn niet inbegrepen en dienen desgevallend door de gebruiker zelf geregeld en betaald te worden.
§4. Bij verlies van een sleutel wordt een vergoeding van € 15 per verloren sleutel aangerekend.
Artikel 6: Starterspakket
§1. Bij de aanvang van de terbeschikkingstelling ontvangt iedere bewoner een starterspakket bestaande uit basisvoorzieningen, waaronder een lakenpakket en hygiënisch materiaal.
§2. Het starterspakket wordt kosteloos ter beschikking gesteld en blijft eigendom van de gebruiker.
Artikel 7: Begeleiding
§1. De gebruiker verbindt zich ertoe actief mee te werken aan de maatschappelijke begeleiding die gericht is op het vinden van een duurzame woonoplossing.
§2. Binnen één maand na de start van de terbeschikkingstelling vindt een eerste begeleidingsgesprek plaats.
§3. Indien nodig kunnen bijkomende begeleidingsafspraken worden vastgelegd.
§4. De gebruiker engageert zich om, in de mate van zijn mogelijkheden en rekening houdend met zijn persoonlijke situatie, actief mee te werken aan het zoeken naar een duurzame woonoplossing. In het kader van de maatschappelijke begeleiding kan de sociale dienst de gebruiker verzoeken de ondernomen zoekinspanningen toe te lichten en, waar mogelijk, hiervan bewijsstukken voor te leggen.
Artikel 8: Schade en plaatsbeschrijving
§1. Voor de ingebruikname en bij het einde van de terbeschikkingstelling wordt een plaatsbeschrijving opgesteld.
§2. Schade die niet het gevolg is van normaal gebruik wordt integraal verhaald op de gebruiker op basis van de werkelijke herstel- of vervangingskosten.
§3. Indien goederen achterblijven in de woning na beëindiging van de terbeschikkingstelling, kunnen deze door de sociale dienst worden verwijderd. De kosten hiervan zijn ten laste van de gebruiker.
Artikel 9: Niet-naleving en bezettingsvergoeding na afloop
§1. Indien de gebruiker de woning niet tijdig verlaat op het einde van de overeenkomst, wordt een bezettingsvergoeding aangerekend gelijk aan de laatst verschuldigde maandelijkse bijdrage.
§2. Deze bezettingsvergoeding verleent geen nieuw verblijfsrecht.
§3. Indien vrijwillige ontruiming uitblijft, kan het lokaal bestuur een procedure tot uithuiszetting opstarten.
§4. Alle kosten verbonden aan deze procedure, waaronder gerechtskosten en uitvoeringskosten, zijn ten laste van de gebruiker.
Artikel 10: Uitvoering
Het Vast Bureau en het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst worden belast met de uitvoering van dit reglement. Zij zijn bevoegd alle noodzakelijke onderzoeken te voeren of te laten voeren met betrekking tot de toepassing van dit reglement.
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026 en vervangt alle voorgaande bepalingen betreffende de bezettingsvergoeding en het gebruik van doorgangswoningen.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.